Deze gids legt uit hoe je de visuele weergave van gegevens in je rapport kunt wijzigen, door te kiezen tussen staafdiagrammen, lijndiagrammen, taartdiagrammen of ringdiagrammen.
Vereisten: Je moet al een gegevensbron hebben geselecteerd en ten minste één Dimensie en één Metriek hebben geconfigureerd zodat de grafiek zichtbaar is in het voorbeeldgedeelte.
Procedure om het type grafiek te wijzigen
1. Open het Rapport: Open het rapport dat je wilt bewerken of maak een nieuw rapport aan door een gegevensbron te selecteren in het linker zijpaneel.
2. Bekijk de Voorbeeldweergave: Scroll naar beneden naar de sectie Voorbeeld (#preview-area).
3. Vind de Werkbalk: Boven het grafiekgebied vind je een kleine werkbalk (aangeduid als chart-toolbar).
4. Selecteer het Grafiektype: In deze balk bevinden zich vier knoppen met iconen die verschillende weergavetypen vertegenwoordigen. Klik op de knop die overeenkomt met het gewenste formaat:
| Grafiektype | Icoon | Beschrijving |
|---|---|---|
| Staafdiagram | <i class="fa fa-bar-chart"></i> | Ideaal om waarden tussen verschillende categorieën te vergelijken. |
| Lijndiagram | <i class="fa fa-line-chart"></i> | Ideaal om trends in de tijd weer te geven. |
| Taartdiagram | <i class="fa fa-pie-chart"></i> | Ideaal om proporties van een totaal weer te geven. |
| Ringdiagram | <i class="fa fa-circle-o-notch"></i> | Vergelijkbaar met taartdiagram, toont proporties met een centrale opening. |
5. Automatische Update: Nadat je op het nieuwe grafiektype hebt geklikt, wordt de weergave onmiddellijk bijgewerkt om de gegevens in het gekozen formaat weer te geven.
> Opmerking: Het geselecteerde grafiektype wordt automatisch opgeslagen in de rapportconfiguratie. Als je het rapport opslaat (via de knop Opslaan), blijft het gekozen weergavetype behouden.







